Bunschoten zet stappen op gebied van jeugdhulp, maar er blijven uitdagingen

De gemeente Bunschoten biedt hulp aan jeugd die dat nodig heeft. Dat doet zij in samenwerking met onder andere het sociaal team, scholen, kinderopvang en welzijnsorganisaties. Uit cijfers blijkt dat de vraag naar jeugdhulp landelijk gezien al jaren achtereen groeit. Dat geldt ook voor de gemeente Bunschoten. Daardoor nemen de wachtlijsten toe en stijgen de kosten van jeugdhulp, wat zorgt voor uitdagingen voor de gemeente. Uit onderzoek van de rekenkamer blijkt dat de gemeente in de afgelopen jaren belangrijke stappen heeft gezet om de vraag naar specialistische jeugdhulp terug te dringen. Om meer grip te krijgen op de vraag naar jeugdhulp kan de gemeente verder investeren in informatie-uitwisseling, samenwerking met zorgaanbieders, preventie en financiële beheersing.

Minder specialistische jeugdhulp, maar totale kosten blijven stijgen

In 2024 daalde het aantal jeugdigen dat specialistische jeugdhulp ontving voor het eerst na jaren van stijging. De daling kan mogelijk een effect zijn van het ingezette beleid, zoals minder diagnostiek onder de 12 jaar, stimuleren dat huisartsen via het sociaal team verwijzen en meer inzet op groepsaanbod voor jongeren en ouders. De totale kosten voor jeugdhulp blijven echter stijgen. Dit laat zien dat de omslag naar lichtere vormen van ondersteuning nog niet leidt tot lagere uitgaven. 

Jeugdhulpketen is overzichtelijker, maar afstand tot specialistische hulpverlening is groter

De overgang naar één regionale aanbieder van specialistische jeugdhulp, MetMaya, heeft het zorgaanbod overzichtelijker gemaakt. Tegelijkertijd ervaren andere jeugdzorgverleners, zoals huisartsen, een grotere afstand tot de specialistische hulpverlening. Zij hebben beperkt zicht op de behandeling van jeugdigen. Dit hangt samen met privacyregels en beperkte informatie-uitwisseling. Ook komt de regie via het sociaal team nog niet overal goed tot stand, wat kan leiden tot versnippering en vertraging in de hulp. Uit het rekenkameronderzoek blijkt ook dat vroege signalering op scholen en in de kinderopvang helpt om zwaardere hulp te voorkomen, maar dat dit onder druk staat door bezuinigingen op jeugdzorg in het basisonderwijs.

Aanbevelingen voor de toekomst

De rekenkamer adviseert om te blijven inzetten op ‘normaliseren’:niet elke hulpvraag hoeft direct met specialistische zorg te worden opgelost. Het is belangrijk dit ook duidelijk te communiceren aan inwoners. Dit sluit aan bij de landelijke discussies over jeugdzorg en de beweging om te normaliseren. Betere informatie-uitwisseling tussen zorgpartijen voorkomt dat zij langs elkaar heen werken. Gegevensdeling die binnen de privacyregels past, is daarbij nodig. De rekenkamer adviseert ook om het voorveld, zoals scholen, verenigingen en maatschappelijke organisaties, te versterken, zodat problemen eerder worden gesignaleerd en aangepakt. Door in een gezamenlijke aanpak aandacht te hebben voor onderliggende maatschappelijke factoren, kan een positieve cultuurverandering in de gemeente worden bereikt. Tot slot adviseert de rekenkamer om kosten beter inzichtelijk te maken en te werken met eenduidige definities en uniforme gegevens in monitoring en rapportages.